heeft, en dat we deze winter in Parijs meer bals gezien hebben dan ooit tevoren. Dat laatste, nu, was werkelijk het geval; die lui hebben dan ook de middelen om bals te geven, en ze dansten daar om te tonen hoe gelukkig Frankrijk wel was; ze dansten voor hun systeem, voor de vrede, voor de rust in Europa; ze wilden de beurskoersen de hoogte in dansen, ze dansten À LA HAUSSE. Het moet nochtans gezegd worden dat tijdens hun luchtsprongen, tijdens hun vrolijkste ENTRECHATS, het CORPS DIPLOMATIQUE wel eens kwam aandraven met allerlei Jobstijdingen uit België, Spanje, uit Engeland en Italië –– maar ze lieten geen ontsteltenis blijken, en dansten vertwijfeld-vrolijk verder. Die mensen dansten voor hun renten, en hoe gematigder ze gezind waren, des te vuriger dansten ze: zelfs de dikste en deugdzaamste bankiers waagden zich aan de beruchte Nonnenwals uit "ROBERT LE DIABLE", de beroemde opera van Meyerbeer. Ik erger mij altijd weer als ik de Beurs betreed, dat mooie marmeren huis, gebouwd in de edelste Griekse stijl, en toegewijd aan het meest waardeloze handeltje. Hier, in die enorme ruimte van de hooggewelfde Beurshal, hier is het, dat het gesjacher met staatspapieren plaats heeft; al die rondstuivende personages met hun doordringend gekrijt: ze deinen heen en weer, als een zee van eigennut, en de bankiers schieten dan uit die